Je hebt wel een goede routebeschrijving nodig wil je via België zonder omwegen tot Clairmarais rijden. St Omer, is aangeduid en via het station geraak je er ook. Een veel bezienswaardiger route is via de Mont Cassel, met kasseien en kronkelwegen en prachtige zichten. Een streekkaart bewijst hier wel zijn diensten en is omzeggens onontbeerlijk.
Omdat het vaargebied bestaat uit zo'n 160 km grachten en kanaaltjes is een vaarkaartje bijzonder handig. Alle grachten zijn aangeduid met een naam die nog naar het Vlaamse verleden verwijst evenals de dorpjes met hun verfranste namen.
Niet vertrouwd met de omgeving en om lang zoekwerk uit te sparen, varen we met een groepje de eerste kilometers. Overal heeft de club discreet "wegwijzertjes" geplaatst wat zeer gewaardeerd wordt als je hier voor het eerst vaart. Zeker met de flinke windbuien, die vooral in de namiddag ferm de kop opsteken.
Het valt op dat er heel wat huizen er nogal bouwvallig uitzien. Er is een intensieve landbouw, van allerlei groenten (prei, bloemkolen..). Je vaart langs afgesloten inhammetjes met de uitdrukkelijke vermelding privé. Het is duidelijk de bedoeling dat je enkel aanlegt bij de rustpunten.
De boogbruggetjes, zijn meestal in beton, met soms een houten omhulsel om een meer natuurlijk uitzicht te bekomen.
De uitgestippelde tocht met lussen die mekaar kruisen, is voor de bekenden met deze vaarroutes de gelegenheid om het traject af te korten. We kiezen zelf voor de volledige route, ondanks de felle wind.
De tocht eindigt, moe,op de camping, waar intussen al wat vaarders proeven van een glaasje franse wijn.